De
Nederlandse wegracesport van toen en nu.
Wie herkent ze nog, Jan de
Vries, Kenk van Kessel, Aalt Toersen, Wil Hartog, Boet van Dulmen,
Jack Middelburg, Egbert Streuer, Wilco Zeelenberg enz. Al deze
jongens hebben ooit 1 of meer G.P.'s gewonnen of zijn zelfs 1 of
meerdere keren wereldkampioen geweest.
Gouden tijden waren dat,
de kleine van Veen stal met als rijder Jan de Vries werd twee keer
wereldkampioen. Jack Middelburg wist twee keer op een prive machine
een GP te winnen,evenals Boet die in 1979
de Finse GP op een 500cc prive Suzuki wist te winnen. Wil Hartog won in 1977
onze eigen TT en kreeg mede daardoor later een fabrieksfiets.
Hoe kwamen deze jongens
tot zulke prestaties, waar hadden zij dit geleerd?
Heel eenvoudig, Ze leerden
dit hoofdzakelijk op de Nederlandse stratencircuits. Circuits die nu bijna allemaal zijn
verdwenen i.v.m. de (on)veiligheid. Er waren toen zes klasses n.l.:
50cc, 125cc, 250cc, 350cc, 500cc
en zijspannen. Deze klasses trof je ook terug bij de GP's en ook bij de vele internationale
races. Ze begonnen in de
nationale klasse, daarna internationaal en als je daar aanzienlijke
resultaten had weten te behalen
schreef men zich voorzichtig in voor een GP. Met een beetje geluk en heel veel
doorzettingsvermogen kon je dan soms een puntje pakken of zoals
enkele van deze jongens een GP
winnen....of zelfs Wereldkampioen worden! Een ding wil ik hier nog
even bij vermelden, het “belangrijkste gereedschap” wat deze
jongens gebruikten om dit te bereiken was “heel hard werken en echt
afzien”, ook financieel.
Hoe
anders is het nu?
Ja, hoe anders is het nu,
laat ik met de verschillende klasses beginnen....... De 125cc en 250cc klasses
zoals we die van vroeger kenden zijn er nog, maar op sterven na dood, het minst veranderd is de
zijspanklasse. Daarnaast hebben we veel
nieuwe klasses gekregen die allemaal iets “supers” schijnen te
hebben. Want we hebben Super
bikes, Super stocks, super sports enz enz en het meest opvallende hieraan vind ik, in mijn
beleving, dat het allemaal helemaal “niet super” is! Ik kan mij herinneren toen
ik in 1982 op een zaterdagmorgen in Hengelo aankwam voor de
trainingen, daar mijn motor (suzi GS 750) in het weiland parkeerde,
mijn helm afdeed dat ik toen aan het geluid kon horen welke klasse er
op dat moment trainde. Dat kan ik nu bij al die superklasses echt wel
vergeten... Hoe kan dit, “ik als
liefhebber” de hele binding met de Nederlandse motorsport ben
kwijtgeraakt. Ik herken het geluid niet meer. Sterker nog als ik nu
in Assen op het talud zit en geen programma boekje heb dat ik dan niet
eens meer zie welke SUPER KLASSE er nu weer rijdt.......ik herken mijn eigen vanaf 1972 zo
geliefde sport niet meer...........!
De
rijders van nu.
Loop ik nu in het
rennerskwartier dan ziet dat er ook heel anders uit dan vroeger. Dat
is ook logisch, want er zit 25 jaar
tussen. Toen sliep men in tentjes en caravans, nu zie ik grote
vrachtwagens en motorhomes en nog maar een enkele caravan. Ik zie ontvangstruimtes
voor sponsors en genodigden en schaarsgeklede dames met paraplu's met
sponsornamen. Dus alles lijkt redelijk verbeterd in de loop der
jaren....... maar toch mis ik iets, maar ik weet niet precies wat,
dus loop ik maar weer verder. Al rondlopend kom ik zelfs
een oud coureur van vroeger tegen die nog steeds de belangstelling van veel mensen geniet en
een enkeling vraagt hem zelfs nog om een handtekening..... In de pitsboxen wordt druk
gesleuteld en de rijder en helper turen op de monitor met data over
vering, banden, enz enz........ toch mis ik iets, maar ik weet niet
wat en ik loop onbewust verder terwijl weer een van de
“superklasses” zojuist aan de volgende training is begonnen. Na pakweg 20 min komen de
motoren van de z.g.n superklasse weer binnen. Ik kijk rustig hoe ze
een voor een binnendruppelen, rustig hun pitbox of vrachtwagen
opzoeken en ik ga even naar het restaurant voor een bakje koffie en
een warme hap. Genietend van mijn warme
hap denk ik nog eens na over “toen en nu”. Wat is er nu zo anders
dan, wat ik vroeger beleefde
wat ik nu niet beleef.......die vraag bleef mij bezighouden.......! Even later komt die
oud-coureur ook binnen voor een een hapje en een drankje. De meeste
mensen kennen hem nog van vroeger en groeten hem dan ook vriendelijk
of maken even een praatje met
hem.............. en dan, dan flitst het door mij heen, dit is het
antwoord wat ik zocht. De rijders van vroeger
waren populair en werden herkend. Wie herinnert zich niet de
mensenmassa bij de tent van Boet, Wil, Jack, Egbert enz enz. Als ergens een race was
ging je er heen en je wilde dan je favoriete rijder zien of zelfs
spreken. Soms stond je hele tijden
te wachten bij een tent tot hij tevoorschijn kwam. Je sprak met andere aanwezigen, die ook
op hun favoriete rijder stonden te wachten over de rijders, de races enz enz, ja, je had er
echt wat voor over om jouw favoriet te zien! En wat zag ik vanmorgen,
allemaal individuen, geen mensenmassa bij de kampioen van vorig jaar van de z.g.n.
superklasse.......ook niet bij andere rijders of klasses zag ik
drommen mensen die op hun favoriete rijder stonden te wachten voor
een praatje, foto of handtekening. Het lijkt dus wel of wij
geen helden of favoriete rijders meer hebben ondanks dat er weet ik hoeveel Nederlands
kampioen zijn in de diverse klasses.......... Ik ben dus niet de enige
die de binding met de Nederlandse motorsport is verloren.......?
Hoe
is dit nu in de GP's?
Ook in de GP's is veel
veranderd, heel veel zelfs. We hebben nu nog maar drie klasses, 125cc
1cyl 250cc 2 cyl en de
vervanger voor de 500cc, n.l. De GP1, 800cc 4 cyl viertakt motoren. Vele betreuren het dat er
nog maar 3 klasses zijn en vinden het allemaal erg duur geworden
terwijl ze met de TT maar de helft van vroeger krijgen
voorgeschoteld...........? We hebben inderdaad maar 3
klasses, maar de circuits zijn ook korter en een race bestaat nu uit
veel meer ronden. Tel ik daar
de warm-up bij op, dan denk ik dat waar u ook op de tribune zit dat u
niet veel minder dan vroeger een rijder aan u voorbij zult zien
flitsen. Het grote voordeel van
minder klasses is volgens mij wel dat de top in iedere klasse veel en
veel breder is geworden. In elke klasse is het de afgelopen jaren
heel gebruikelijk dat de eerste 10 rijders vaak binnen een
tijdsverschil van 1 seconde trainen, dat was in de dagen van Agostini
en Nieto wel eens anders! De top is dus veel breder,
de concurrentie moordend en dat maakt het voor ons als motorsport
liefhebber om te smikkelen en te smullen. De sponsors zijn (erg)
geinteresseerd, willen graag hun naam aan een van de rijders/team
verbinden om zo hun produkt bij het publiek kenbaar te maken en dat
brengt weer geld in het laadje........de bal is rond :-)
Kort en wel, de GP's
draaien zeer goed, er zijn over het algemeen voldoende sponsors, de
rijders worden herkend en zijn
zeer populair!
Zouden
we dat bij de O.N.K. ook niet willen.
We hebben nu veel klasses,
in mijn ogen teveel, waardoor de tijd voor de trainingen en races
veel te kort zijn en zo komt een rijder die hogerop wil nooit aan
voldoende ervaring. Neem ik nu even de 250cc
GP als voorbeeld dan hebben deze jongens 4 uur om te trainen voor een
GP en deze tijd hebben ze ook hard nodig om alles goed afgesteld te
krijgen. Terwijl de Nederlanders
dat in een NK moeten doen in 2 keer 20 min..........Is het dan ook nog
voorjaar en dus lage temperaturen leg mij dan eens uit hoe zij in
zo'n korte tijd de banden warm moeten krijgen, de vering en
carburateur juist moeten afstellen. Stel dat we nu vier
klasses zouden hebben, 125cc tweetakt, 250cctweetakt , 750cc viertakt
en de zijspannen, dan zouden deze jongens op zaterdag allemaal
makkelijk twee keer 40 min kunnen trainen, dat is een verdubbeling
van nu. Op zondag duren de races
min 40 min en bij elk evenement rijdt er 1 klasse twee manches
(wisselt per evenement). Tel ik alles bij elkaar op dan rijdt deze
groep rijders al gauw het dubbel aantal km van wat ze nu doen. In iedere soloklasse max
30 rijders en de zijspannen max 25 (is discutabel) en een 115%
regeling wat rondetijd betreft voor
deelname aan de race. Daarnaast moet het
mogelijk zijn om per klasse een klassesponsor te vinden die wat geld
in het laadje brengt om de kosten van het evenement te dekken Dit zijn dan de officiele
(professionele) (O)NK races waar aan het einde van het jaar een
Nederlands kampioen uit voortkomt. Naast deze (O)NK) zijn er
goedkopere races met standaard (straat)fietsen. Echter deze rijden op
andere dagen en zullen zichzelf (met de KNMV) moeten verenigen als de
amateurklasse en aan het eind van het
jaar heet de kampioen van dat jaar “kampioen der amateurs”. Zo is er een duidelijke
scheiding tussen de jongens die verder willen komen in de sport en de amateurs, met volgens
mij als grote voordeel meer tijd om te trainen en te racen voorde (O)NK's waardoor deze veel eerder rijp zijn voor het EK, Superbike of GP en ook meer
bekendheid bij het publiek door veel interessantere races en daardoor weer
meer (betalend) publiek en dus weer meer kans op sponsoring enz enz
Details zijn discutabel en
uiteraard zal ik dingen over het hoofd gezien hebben en ik verwacht ook niet dat we met deze opzet direct weer vooraan in de GP's zitten, maar ik denk wel dat deze stap een stap in de goede richting is. Gezien enkele mailtjes en reacties die ik kreeg wil ik even vermelden dat ik niets tegen stratencircuits heb, ook ik ben trots op de enkele die we nog hebben, ik bedoelde alleen dat degene die wel verdwenen zijn dat dat vaak in verband met de (on)veiligheid was.
M.vr.gr.
Ben Looijen
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
Graag uw reactie onder dit
artikel plaatsen.
|